Statuten
EBW Notarissen
Postbus 243
1800 AE Alkmaar
1e blad.
AL/202392130.01
STATUTENWIJZIGING STICHTING
Heden, twee augustus tweeduizend drieëntwintig, verschenen voor mij, mr. Erik Wybren -------
Oosterbaan, notaris te Dijk en Waard: ---------------------------------------------------------------------------
1. de heer Constant Louis Antoine Reichert, geboren te Koog aan de Zaan op twaalf juni ------
negentienhonderdnegenenvijftig, wonende te 1852 BH Heiloo, De Spanring 14; -------------
2. mevrouw Hotske Deinum, geboren in de de Noordoostelijke Polder op elf september ------
negentienhonderdvijftig, wonende te 1816 KD Alkmaar, De Vliegerstraat 140; ----------------
3. mevrouw Margaretha Jacoba Dorothea Hageman, geboren te Heiloo op zeventien ---------
december negentienhonderdtweeënzestig, wonende te 1851 PS Heiloo, Oosterzijweg 98;
te dezen handelend als bestuurders van de stichting Stichting Vrienden Cultuurkoepel Heiloo,
statutair gevestigd in de gemeente Heiloo, kantoorhoudende te 1851 NG Heiloo, ------------------
Kennemerstraatweg 464, ingeschreven in het handelsregister onder dossiernummer -------------
59917121, hierna te noemen: ‘de Stichting’. -------------------------------------------------------------------
De verschenen personen, handelend als gemeld, hebben mij, notaris, het volgende verklaard: -
INLEIDING ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------
1. De Stichting is opgericht bij notariële akte op dertig januari tweeduizend veertien voor ----
mr. drs. J.H.M. Erkamp, notaris te Alkmaar verleden. -------------------------------------------------
2. 3. De statuten van de Stichting zijn daarna niet gewijzigd. ----------------------------------------------
Het bestuur van de Stichting heeft bij besluit buiten vergadering besloten de statuten te --
wijzigen. -----------------------------------------------------------------------------------------------------------
Het stuk waaruit dit blijkt, is aan deze akte vastgemaakt. --------------------------------------------
De bestuurders zijn op grond van het bepaalde in artikel 10 lid 4 van de statuten bevoegd
om deze statutenwijziging bij notariële akte vast te leggen. -----------------------------------------
4. Het bestuur heeft voor het besluit tot wijziging van de statuten de goedkeuring verkregen
van Stichting GGZ Noord-Holland-Noord.
----------------------------------------------------------------
Het stuk waaruit dit blijkt, is aan deze akte vastgemaakt. --------------------------------------------
STATUTENWIJZIGING ------------------------------------------------------------------------------------------------
A. Als gevolg van het besluit tot statutenwijziging wordt aan artikel 3 een lid 8 toegevoegd, -
wordt aan artikel 4 een lid 9 toegevoegd, en worden de leden 2, 5 en 6 van artikel 6 -------
gewijzigd, alles met onmiddellijke ingang, en wel als volgt: -----------------------------------------
[Artikel 3 - Bestuur: samenstelling, benoeming, beloning, ontslag] ------------------------------
8. Bij belet of ontstentenis van een of meer bestuurders zijn de overige bestuurders, of
is de enige overgebleven bestuurder, tijdelijk met het bestuur belast. --------------------
Bij belet of ontstentenis van alle bestuurders is een door het bestuur daartoe voor --
onbepaalde tijd aan te wijzen persoon tijdelijk met het bestuur belast. -------------------
[Artikel 4 - Bestuur: bijeenroeping, vergaderingen, besluitvorming] ----------------------------
9. Een bestuurder neemt niet deel aan de beraadslaging en besluitvorming als hij -------
daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het ----
belang van de stichting en de met haar verbonden onderneming of organisatie. Als --
hierdoor geen bestuursbesluit kan worden genomen, dan is de betreffende ------------2e blad.
B. bestuurder toch bevoegd om deel te nemen aan beraadslagingen en de -----------------
besluitvorming en is het bestuur bevoegd het besluit op deze wijze te nemen. Het ---
bestuur legt dan schriftelijk vast welke overwegingen aan het besluit ten grondslag --
liggen. -------------------------------------------------------------------------------------------------------
[Artikel 6 - Bestuur: taken en bevoegdheden] ---------------------------------------------------------
2. Het bestuur is bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot ---------
verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen, en tot het aangaan ---
van overeenkomsten waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk ----------------------
medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot ------------------
zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt en tot vertegenwoordiging
van de stichting ter zake van deze handelingen. De in de vorige volzin omschreven ---
besluiten zijn onderworpen aan de voorafgaande goedkeuring van Stichting GGZ -----
Noord-Holland-Noord als bedoeld in artikel 6 lid 6. ---------------------------------------------
Als het bestuur voor deze besluiten niet de goedkeuring van Stichting GGZ Noord- ---
Holland-Noord heeft als bedoeld in artikel 6 lid 6, kan deze beperking van de ----------
bevoegdheid van het bestuur aan derden worden tegengeworpen. -----------------------
5. Een besluit van het bestuur tot: ----------------------------------------------------------------------
- statutenwijziging;----------------------------------------------------------------------------------
- fusie; --------------------------------------------------------------------------------------------------
- splitsing in de zin van titel 7 van Boek 2 Burgerlijk Wetboek; --------------------------
- omzetting van de stichting in een andere rechtsvorm; of -------------------------------
- ontbinding van de stichting; --------------------------------------------------------------------
- het vaststellen of wijzigen van een beleidsplan of een reglement; -------------------
- rechtshandelingen, waarbij de stichting een tegenstrijdig belang heeft met een
of meer bestuurders; -----------------------------------------------------------------------------
- het benoemen of ontslaan van een bestuurder; ------------------------------------------
- het aangaan van overeenkomsten als bedoeld in artikel 6 lid 2, ----------------------
wordt genomen met een meerderheid van ten minste twee derde van de---------------
uitgebrachte stemmen in een vergadering waarin alle bestuurders aanwezig of -------
vertegenwoordigd zijn. ---------------------------------------------------------------------------------
6. Het bestuur heeft de goedkeuring nodig van Stichting GGZ Noord-Holland-Noord----
voor een besluit tot: -------------------------------------------------------------------------------------
- het aangaan van overeenkomsten als bedoeld in artikel 6 lid 2, ----------------------
Het bestuur heeft tevens de goedkeuring nodig van Stichting GGZ Noord-Holland- --
Noord voor een besluit tot: ---------------------------------------------------------------------------
- statutenwijziging;----------------------------------------------------------------------------------
- fusie; --------------------------------------------------------------------------------------------------
- splitsing in de zin van titel 7 van Boek 2 Burgerlijk Wetboek; --------------------------
- omzetting van de stichting in een andere rechtsvorm; of -------------------------------
- ontbinding van de stichting, --------------------------------------------------------------------
als bedoeld in de artikelen 10 tot en met 12. -----------------------------------------------------
Als gevolg van het besluit tot statutenwijziging vervalt met onmiddellijke ingang artikel 7 -
lid 3, zodat artikel 7 luidt als volgt: -------------------------------------------------------------------------3e blad.
Artikel 7 - Bestuur: vertegenwoordiging -----------------------------------------------------------------
1. 2. Het bestuur vertegenwoordigt de stichting. ------------------------------------------------------
De vertegenwoordigingsbevoegdheid komt bovendien toe aan twee gezamenlijk -----
handelende bestuurders, van wie ten minste één de voorzitter, de secretaris of de ---
penningmeester moet zijn.
----------------------------------------------------------------------------
C. Als gevolg van het besluit tot statutenwijziging vervalt met onmiddellijke ingang artikel 14
[Artikel 14 - Overgangsbepaling boekjaar]. ---------------------------------------------------------------
BIJLAGEN ----------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Aan deze akte is het volgende stuk vastgemaakt: -------------------------------------------------------------
- besluit bestuur; --------------------------------------------------------------------------------------------------
- goedkeuring GGZ. -----------------------------------------------------------------------------------------------
SLOT -----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
De verschenen personen zijn mij, notaris, bekend en de identiteit van de bij deze akte------------
betrokken verschenen personen is door mij, notaris, vastgesteld. ---------------------------------------
WAARVAN AKTE is verleden te Heerhugowaard op de datum in het hoofd van deze akte ---------
vermeld. ------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
De zakelijke inhoud van de akte is aan de verschenen personen opgegeven en toegelicht. -------
De verschenen personen hebben verklaard op volledige voorlezing van de akte geen prijs te----
stellen, tijdig voor het verlijden van de inhoud van de akte, aan de hand van een conceptakte, -
te hebben kennis genomen en met de inhoud in te stemmen. --------------------------------------------
Deze akte is beperkt voorgelezen en onmiddellijk daarna ondertekend, eerst door de -------------
verschenen personen en vervolgens door mij, notaris. ------------------------------------------------------
(Volgt ondertekening)
UITGEGEVEN VOOR AFSCHRIFT:
Het afschrift is geen afschrift als bedoeld in artikel 49 van de Wet op het notarisambt.- 1 -
Doorlopende tekst van de statuten van de stichting Stichting Vrienden Cultuurkoepel
Heiloo, na akte van statutenwijziging op twee augustus tweeduizend drieëntwintig voor mr.
E.W. Oosterbaan, notaris te Dijk en Waard, verleden.
STATUTEN:
STATUTEN
Artikel 1 - Naam en zetel
1. De naam van de stichting is: Stichting Vrienden Cultuurkoepel Heiloo.
2. De stichting is gevestigd in de gemeente Heiloo.
Artikel 2 - Doel
1. De stichting heeft als doel:
(het ondersteunen van) de instandhouding van de kapel (Cultuurkoepel Heiloo)
onderdeel van het rijksmonument Willibrordus, gelegen aan de Kennemerstraatweg
464 (postcode 1851 NG) te Heiloo,
het bevorderen van de publieks toegankelijkheid van voornoemd gebouw, en het
verrichten van al wat hiermee verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn.
Tot dit doel behoort niet het doen van uitkeringen aan de oprichter of aan hen die deel
uitmaken van organen van de stichting.
2. 3. 1. De stichting beoogt het algemeen nut.
De stichting heeft geen winstoogmerk.
Artikel 3 - Bestuur: samenstelling, benoeming, beloning, ontslag
Het bestuur van de stichting bestaat uit een oneven aantal van tenminste drie en ten
hoogste zeven natuurlijke personen.
Het bestuur stelt het aantal bestuurders vast.
Een niet-voltallig bestuur behoudt zijn bevoegdheden.
Het bestuur kan uit zijn midden een voorzitter, een secretaris en een penningmeester
aanwijzen. Eén bestuurder kan meer van deze functies vervullen.
2. De bestuurders worden benoemd door het bestuur.
In vacatures wordt zo spoedig mogelijk, maar in elk geval binnen drie maanden na het
ontstaan ervan, voorzien.
3. Iedere bestuurder moet voldoen aan de volgende vereisten:
a. een bestuurder is een natuurlijk persoon;
b. een bestuurder heeft het vrije beheer over zijn vermogen;
c. een bestuurder is in de laatste vijf jaar niet door de rechtbank ontslagen als
bestuurder van een stichting.
4. Bestuurders worden benoemd voor een periode van maximaal vier jaar. Het bestuur
kan een rooster van aftreden maken. Een aftredende bestuurder kan onmiddellijk tot
bestuurder worden herbenoemd. Een bestuurder kan echter in totaal niet langer dan
twaalf jaar bestuurder zijn.- 2 -
5. Alle bestuurders kunnen een vergoeding krijgen van de kosten die zij redelijkerwijs
hebben gemaakt in de uitoefening van hun functie.
De bestuurders ontvangen geen beloning voor hun werkzaamheden.
6. Een bestuurder kan worden geschorst door het bestuur.
Na een schorsing roept het bestuur een nieuwe vergadering bijeen, die wordt
gehouden binnen vier weken na de schorsing. In die vergadering wordt besloten of de
schorsing wordt opgeheven, de schorsing wordt verlengd of de betreffende bestuurder
wordt ontslagen. Een schorsing kan in totaal nooit langer dan drie maanden duren.
Voor een besluit tot schorsing of verlenging van de schorsing gelden extra vereisten,
die zijn opgenomen in artikel 6 lid 4.
Als geen nieuwe vergadering wordt gehouden binnen de hiervoor vermelde vier
weken, als de schorsing niet wordt verlengd in die vergadering of als na verloop van
drie maanden geen besluit tot ontslag is genomen, vervalt de schorsing.
7. Een bestuurder verliest zijn functie:
a. door zijn overlijden;
b. door zijn faillissement, door op hem van toepassing verklaren van de
schuldsaneringsregeling natuurlijke personen of doordat hij surseance van
betaling verkrijgt;
c. door zijn ondercuratelestelling of de onderbewindstelling van zijn gehele
vermogen;
d. door zijn vrijwillig aftreden;
e. f. door zijn ontslag door de rechtbank;
door zijn ontslag gegeven door het bestuur, met inachtneming van de vereisten
als opgenomen in artikel 6 lid 4;
g. door het verstrijken van de periode waarvoor hij is benoemd.
8. Bij belet of ontstentenis van een of meer bestuurders zijn de overige bestuurders, of is
de enige overgebleven bestuurder, tijdelijk met het bestuur belast.
Bij belet of ontstentenis van alle bestuurders is een door het bestuur daartoe voor
onbepaalde tijd aan te wijzen persoon tijdelijk met het bestuur belast.
Artikel 4 - Bestuur: bijeenroeping, vergaderingen, besluitvorming
1. De voorzitter alsmede ten minste twee van de overige bestuurders gezamenlijk zijn
bevoegd een vergadering van het bestuur bijeen te roepen.
2. De bijeenroeping van de vergaderingen van het bestuur vindt schriftelijk plaats. Bij
deze bijeenroeping wordt opgegeven op welke dag de vergadering plaatsvindt, wat het
aanvangstijdstip van de vergadering is en welke onderwerpen worden behandeld
(agenda). De bijeenroeping vindt plaats met inachtneming van een termijn van ten
minste zeven dagen, de dag van bijeenroeping en die van de vergadering niet
meegerekend.- 3 -
3. 4. 5. 6. 7. 8. De bestuurder die voor dit doel een adres aan de stichting bekend heeft gemaakt, kan
tot de vergaderingen van het bestuur worden opgeroepen door een langs
elektronische weg aan dat adres toegezonden leesbaar en reproduceerbaar bericht.
De vergaderingen van het bestuur worden gehouden op de plaats te bepalen door
degene die de vergadering bijeenroept.
Als wordt gehandeld in strijd met enige bepaling van de twee vorige leden kan het
bestuur niettemin rechtsgeldige besluiten nemen als alle bestuurders in de
vergadering aanwezig of vertegenwoordigd zijn.
Een bestuurder kan aan een andere bestuurder schriftelijk volmacht verlenen om zich
in de vergadering te laten vertegenwoordigen. Een elektronisch vastgelegde volmacht
geldt als een schriftelijke volmacht.
Een bestuurder kan niet meer dan één medebestuurder in de vergadering
vertegenwoordigen.
Als het bestuur daartoe besluit, kunnen bestuurders hun vergaderrechten uitoefenen
via een elektronisch communicatiemiddel.
De bestuurder die op deze wijze aan de vergadering deelneemt, moet minimaal via het
elektronisch communicatiemiddel:
- kunnen worden geïdentificeerd;
- rechtstreeks kunnen kennisnemen van de beraadslagingen in de vergaderingen en
in de vergadering het woord kunnen voeren;
- het stemrecht kunnen uitoefenen.
Het bestuur kan verdere voorwaarden stellen aan het gebruik van het elektronisch
communicatiemiddel. Als verdere voorwaarden worden gesteld, worden deze bij de
oproeping tot de vergadering bekend gemaakt.
De bestuurder die via een elektronisch communicatiemiddel aan een vergadering
deelneemt, geldt als in de vergadering aanwezig.
In de vergaderingen van het bestuur heeft iedere bestuurder één stem.
Voor zover in deze statuten geen grotere meerderheid is voorgeschreven, worden de
besluiten door het bestuur genomen met volstrekte meerderheid van de uitgebrachte
stemmen in een vergadering waarin ten minste de helft van de bestuurders aanwezig
of vertegenwoordigd is.
Bij staking van stemmen over zaken is het voorstel verworpen. Staken de stemmen bij
een stemming over de benoeming van personen, dan beslist het lot.
Als voor het nemen van een besluit wordt vereist dat een bepaald aantal bestuurders
aanwezig of vertegenwoordigd is en dit aantal niet bij de vergadering aanwezig of
vertegenwoordigd was, wordt een nieuwe vergadering bijeengeroepen waarin het
betreffende besluit opnieuw aan de orde wordt gesteld.
Die vergadering moet worden gehouden niet eerder dan twee en niet later dan vier
weken na de eerste vergadering.- 4 -
In de nieuwe vergadering kan het betreffende besluit dan worden genomen ongeacht
het aantal aanwezige of vertegenwoordigde bestuurders, met ten minste de voor dat
besluit voorgeschreven meerderheid van stemmen.
9. Een bestuurder neemt niet deel aan de beraadslaging en besluitvorming als hij daarbij
een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van
de stichting en de met haar verbonden onderneming of organisatie. Als hierdoor geen
bestuursbesluit kan worden genomen, dan is de betreffende bestuurder toch bevoegd
om deel te nemen aan beraadslagingen en de besluitvorming en is het bestuur
bevoegd het besluit op deze wijze te nemen. Het bestuur legt dan schriftelijk vast
welke overwegingen aan het besluit ten grondslag liggen.
Artikel 5 - Bestuur: leiding van de vergaderingen, notulen, besluitvorming buiten
vergadering
1. De voorzitter leidt de vergaderingen van het bestuur. Bij zijn afwezigheid voorziet de
vergadering zelf in haar leiding.
2. De voorzitter van de vergadering bepaalt de wijze waarop de stemmingen in de
vergaderingen worden gehouden.
3. Het in de vergadering uitgesproken oordeel van de voorzitter van de vergadering over
de uitslag van een stemming is beslissend.
Hetzelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit, voor zover werd gestemd
over een niet schriftelijk vastgelegd voorstel. Wordt onmiddellijk na het uitspreken van
het oordeel van de voorzitter de juistheid daarvan betwist, dan vindt een nieuwe
stemming plaats, als de meerderheid van de vergadering of, als de oorspronkelijke
stemming niet hoofdelijk of schriftelijk plaatsvond, een stemgerechtigde aanwezige dit
verlangt. Door deze nieuwe stemming vervallen de rechtsgevolgen van de
oorspronkelijke stemming.
4. Van het verhandelde in de vergaderingen van het bestuur worden notulen gehouden
door de daartoe door de voorzitter van de vergadering aangewezen persoon.
De notulen worden - nadat zij zijn vastgesteld - door de voorzitter en de notulist van de
vergadering ondertekend.
5. Het bestuur kan ook op andere wijze dan in een vergadering besluiten nemen, als alle
bestuurders schriftelijk hun stem uitbrengen.
Een besluit is dan genomen als alle bestuurders zich vóór het voorstel hebben
verklaard.
Onder een schriftelijke verklaring wordt mede begrepen een langs elektronische weg
toegezonden leesbaar en reproduceerbaar bericht, aan het adres dat het bestuur voor
dit doel heeft vastgesteld en aan alle bestuurders bekend heeft gemaakt.
Van elk besluit dat buiten vergadering wordt genomen, wordt mededeling gedaan in
de eerstvolgende vergadering. Deze mededeling wordt in de notulen van die
vergadering vermeld en de uitgebrachte stemmen worden bij deze notulen gevoegd.
Artikel 6 - Bestuur: taken en bevoegdheden- 5 -
1. 2. 4. 5. Het bestuur is belast met het besturen van de stichting.
Iedere bestuurder is tegenover de stichting verplicht tot een behoorlijke vervulling van
de hem opgedragen taak.
Een bestuurder vermijdt elke vorm en schijn van persoonlijke bevoordeling of
belangenverstrengeling tussen hem en de stichting.
Het bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de stichting en van alles met
betrekking tot de werkzaamheden van de stichting, naar de eisen die voortvloeien uit
deze werkzaamheden, op zodanige wijze een administratie te voeren en de daartoe
behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers op zodanige wijze te
bewaren, dat op ieder moment de rechten en verplichtingen van de stichting kunnen
worden gekend.
Het bestuur is verplicht de bedoelde boeken, bescheiden en andere gegevensdragers
gedurende zeven jaren te bewaren.
Het bestuur is bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot
verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen, en tot het aangaan van
overeenkomsten waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar
verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld
van een ander verbindt en tot vertegenwoordiging van de stichting ter zake van deze
handelingen. De in de vorige volzin omschreven besluiten zijn onderworpen aan de
voorafgaande goedkeuring van Stichting GGZ Noord-Holland-Noord als bedoeld in
artikel 6 lid 6.
Als het bestuur voor deze besluiten niet de goedkeuring van Stichting GGZ Noord-
Holland-Noord heeft als bedoeld in artikel 6 lid 6, kan deze beperking van de
bevoegdheid van het bestuur aan derden worden tegengeworpen.3. Erfstellingen
mogen alleen onder het voorrecht van boedelbeschrijving worden aanvaard.
Een besluit van het bestuur:
- tot schorsing of verlenging van schorsing van een bestuurder; of
- tot ontslag van een bestuurder; of
wordt genomen in een vergadering waarin alle overige bestuurders daartoe besluiten,
ten minste twee in getal.
De betreffende bestuurder wordt steeds in de gelegenheid gesteld zich te
verantwoorden in een vergadering waarin deze besluiten tot schorsing of ontslag van
hem besproken worden en hij kan zich daarin door een raadsman doen bijstaan.
Een besluit van het bestuur tot:
- statutenwijziging;
- fusie;
- splitsing in de zin van titel 7 van Boek 2 Burgerlijk Wetboek;
- omzetting van de stichting in een andere rechtsvorm; of
- ontbinding van de stichting;
- het vaststellen of wijzigen van een beleidsplan of een reglement;- 6 -
- rechtshandelingen, waarbij de stichting een tegenstrijdig belang heeft met een of
meer bestuurders;
- het benoemen of ontslaan van een bestuurder;
- het aangaan van overeenkomsten als bedoeld in artikel 6 lid 2,
wordt genomen met een meerderheid van ten minste twee derde van de uitgebrachte
stemmen in een vergadering waarin alle bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd
zijn.
6. Het bestuur heeft de goedkeuring nodig van Stichting GGZ Noord-Holland-Noord voor
een besluit tot:
- het aangaan van overeenkomsten als bedoeld in artikel 6 lid 2,
Het bestuur heeft tevens de goedkeuring nodig van Stichting GGZ Noord-Holland-
Noord voor een besluit tot:
- statutenwijziging;
- fusie;
- splitsing in de zin van titel 7 van Boek 2 Burgerlijk Wetboek;
- omzetting van de stichting in een andere rechtsvorm; of
- ontbinding van de stichting,
als bedoeld in de artikelen 10 tot en met 12.
Artikel 7 - Bestuur: vertegenwoordiging
1. 2. Het bestuur vertegenwoordigt de stichting.
De vertegenwoordigingsbevoegdheid komt bovendien toe aan twee gezamenlijk
handelende bestuurders, van wie ten minste één de voorzitter, de secretaris of de
penningmeester moet zijn.
Artikel 8 - Boekjaar; verslaggeving
1. 2. Het boekjaar van de stichting is gelijk aan het kalenderjaar.
Het bestuur is verplicht jaarlijks binnen zes maanden na afloop van het boekjaar de
balans en de staat van baten en lasten van de stichting op te maken en op papier te
stellen.
De penningmeester zendt deze stukken vóór het einde van de in de voorgaande zin
bedoelde termijn aan alle bestuurders.
Het bestuur maakt een jaarrekening en een jaarverslag op als bedoeld in artikel 2:300
Burgerlijk Wetboek als dat op grond van de wet verplicht is. In dat geval legt het
bestuur een exemplaar daarvan voor het bestuur ter inzage op het kantoor van de
stichting met de op grond van de wet toe te voegen gegevens.
3. De balans en de staat van baten en lasten van de stichting of de jaarrekening wordt
vastgesteld door het bestuur binnen een maand na het opmaken van de stukken als
bedoeld in lid 2.
De vastgestelde stukken worden ondertekend door alle bestuurders. Als een
handtekening van een van hen ontbreekt wordt de reden daarvan op de stukken
vermeld.- 7 -
4. De in lid 2 vermelde termijn kan door het bestuur worden verlengd met ten hoogste
vijf maanden op grond van bijzondere omstandigheden.
Artikel 9 - Reglementen
1. Het bestuur kan een of meer reglementen vaststellen. In een reglement worden regels
of nadere regels opgenomen, die het bestuur nodig acht voor de uitvoering van zijn
taak. Een reglement mag nooit in strijd zijn met de statuten of de wet.
Het bestuur kan elk door hem gemaakt reglement wijzigen en ook intrekken.
2. Een reglement wordt schriftelijk vastgelegd met vermelding van de dag waarop het
van kracht wordt. Deze datum kan niet zijn gelegen vóór de datum waarop het besluit
werd genomen.
Artikel 10 - Statutenwijziging
1. 2. Het bestuur is bevoegd de statuten te wijzigen.
Het besluit tot statutenwijziging kan slechts worden genomen overeenkomstig het
bepaalde in artikel 6 lid 5 en lid 6.
3. Als een voorstel tot wijziging van de statuten wordt gedaan, moet dat vooraf, bij de
oproeping tot de betreffende vergadering, worden vermeld. De woordelijke tekst van
de voorgestelde wijziging moet bij die oproeping worden gevoegd.
De termijn van de oproeping bedraagt in dit geval ten minste twee weken.
4. Een statutenwijziging treedt in werking op het door het bestuur bepaalde tijdstip,
maar niet eerder dan nadat daarvan een notariële akte is opgemaakt.
Iedere bestuurder is bevoegd deze akte te laten verlijden.
Het bestuur kan een of meer bestuurders en/of anderen, zowel gezamenlijk als
afzonderlijk, machtigen de akte van statutenwijziging te laten verlijden.
Artikel 11 - Fusie; splitsing; omzetting
Op een besluit van het bestuur tot fusie of splitsing in de zin van titel 7 van Boek 2
Burgerlijk Wetboek en op een besluit van het bestuur tot omzetting van de stichting in een
andere rechtsvorm overeenkomstig artikel 2:18 Burgerlijk Wetboek, is het bepaalde in de
leden 1, 2 en 3 van het vorige artikel zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing,
onverminderd de eisen van de wet.
Artikel 12 - Ontbinding
1. Het bestuur is bevoegd de stichting te ontbinden.
Op het besluit tot ontbinding is het bepaalde in artikel 10, leden 2 en 3 zo veel mogelijk
van overeenkomstige toepassing.
2. Het bestuur stelt bij zijn besluit tot ontbinding de bestemming vast van een eventueel
batig saldo. Het batig saldo wordt besteed ten behoeve van een algemeen nut
beogende instelling met een gelijksoortige doelstelling.
3. Als de stichting op het tijdstip van haar ontbinding geen baten meer heeft, houdt zij op
te bestaan. In dat geval doet het bestuur daarvan opgave aan het handelsregister.
4. De boeken en stukken van de ontbonden stichting blijven gedurende zeven jaren nadat
de stichting heeft opgehouden te bestaan onder bewaring van de door het bestuur bij- 8 -
het besluit tot ontbinding aangewezen persoon. Binnen acht dagen na het ingaan van
zijn bewaarplicht moet de aangewezen bewaarder zijn naam en adres opgeven aan het
handelsregister.
5. De stichting wordt bovendien ontbonden door:
- insolventie nadat de stichting in staat van faillissement is verklaard of door
opheffing van het faillissement wegens de toestand van de boedel;
- een daartoe strekkende rechterlijke uitspraak in de bij de wet genoemde gevallen.
Artikel 13 - Vereffening
1. Het bestuur is belast met de vereffening van het vermogen van de stichting, voor zover
bij het ontbindingsbesluit geen andere vereffenaar(s) is (zijn) aangewezen.
2. Na het besluit tot ontbinding bevindt de stichting zich in liquidatie.
De stichting blijft na haar ontbinding voortbestaan als en voor zover dit voor de
vereffening van haar vermogen nodig is.
Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van de statuten voor zoveel mogelijk
en nodig van kracht.
In stukken en aankondigingen die van de stichting uitgaan, moet ‘in liquidatie’ aan de
naam van de stichting worden toegevoegd.
3. Een batig saldo na vereffening krijgt een bestemming zoals vastgesteld bij het
ontbindingsbesluit, of bij het ontbreken daarvan, door de vereffenaar(s) met
inachtneming van het bepaalde in artikel 12 lid 2.
De vereffening eindigt op het tijdstip waarop geen aan de vereffenaars bekende baten
meer aanwezig zijn.
De stichting houdt bij vereffening op te bestaan op het tijdstip waarop de vereffening
eindigt. De vereffenaars doen daarvan opgave aan het handelsregister.